Elfen
Wat ooit was en weder zal zijn
ELEMENTALEN
Door de natuurlijke wetmatigheden vloeit water steeds rond in een centraliserend conglomeraat. Ruimte is daarentegen het fenomeen dat niet aan de natuurwetten onderhevig is, het heeft op zichzelf een decentraliserend en daardoor neutraliserend effect. Op water heeft ruimte een ontregelend effect waardoor water kan transformeren tot aarde of lucht.
Water wordt door de dynamische natuurlijke wetmatigheden in stand gehouden; het vloeit eeuwig doordat het zichzelf in beweging houdt. Het dynamische karakter ervan houdt het leven in leven, maar zonder ruimte zou de in een helix voortschrijdende tijd zich bewegen in een zichzelf herhalende cirkelbeweging. Zonder ruimte zou het leven zich niet kunnen uitbreiden.
Aarde is water dat verdicht is. Wordt aarde echter tot het uiterste verdicht dan stolt de aarde tot steen, verpulvert het tot stof, verstuift het tot rook en wordt uiteindelijk lucht. In zijn kneedbare vorm kan de natuur er een grote invloed op uitoefenen, waardoor het een arcadische vorm zal aannemen. Hoe dichter de aarde wordt en dus hoe verder het van zijn waterharmonie komt te staan hoe minder de natuur er invloed op heeft. Wanneer de waterharmonie volledig uit balans is heft de aarde zichzelf op.
Lucht is water dat uitgespreid is. Het is daardoor zonder kracht. Het bevat zoveel ruimte dat het enkel maar kan existeren. Spreidt het verder uit dan verwordt het steeds meer tot ruimte en zal dus ophouden te bestaan. Althans het zal niet-existerend bestaan, want er bestaat geen lege ruimte.
PARADOX
Zoals ik het zie glijdt de mens vanuit een soort van prehistorisch arcadië af naar een door de mens geschapen dystopie. Progressie als degressie, zoals de traditionalistische filosofie het ziet. Dit gaat niet alleen over de toestand waarin de wereld en de samenleving verkeerd, maar legt eigenlijk eerder de nadruk op de innerlijke toestand van de mens, die zijn omgeving schept naar zijn evenbeeld. Mijn visies over het leven en de dood hebben zeker wel een traditionalistische weerklank; waardoor ik mijn filosofie, politiek denken en kunstinzicht in de traditionalistische stroming zou kunnen plaatsen. Er is echter een twist in mijn denken dat zich onderscheid van de klassieke traditionalisten die hun heil zoeken in de perenniale wijsheid van het verre verleden. Ik denk dat er monsters nodig zijn om de menselijke ziel wakker te schudden en tot wasdom te laten komen; monsters die hem uitdagen en waartegen hij kan vechten. In arcadië zijn deze monsters echter niet aanwezig; het is immers de degeneratie van de mens dat deze monsters tot leven wekt. In het klassiek traditionalisme streeft men ernaar om als individuele mens arcadië terug te bereiken door zich af te zetten van de contemporaine waarden en zich toe te leggen op prehistorische wijsheden. In mijn denken kan de individuele mens arcadië echter alleen bereiken als hij naast de primordiale wijsheid ook de confrontatie met de gedegenereerde mens en haar vele monsters aangaat. Hoe dichter de mensheid bij haar finale ondergang komt, hoe meer mensen geconfronteerd worden met de monsters, hoe dieper ze in de mens inhakken en hoe sneller de uitverkorenen kunnen groeien. Ze moeten immers herstellen van diepere wonden. Dit noem ik de traditionalistische paradox of dus het paradoxaal traditionalisme.
Zonder de mens zou arcadië een eeuwig evoluerende ongerepte wereld scheppen die geleid wordt door een resem natuurlijke wetmatigheden en de complexe relaties die daaruit voortvloeien. De pre-culturele arcadische mens of oermens leeft in overeenstemming met het natuurlijke en de natuur. In ruil krijgt hij van de natuur alles in overvloed terug. Hij leeft er gezond, kan zichzelf voortplanten en kan naar lieve lust filosoferen, fantaseren, exploreren en betoverd worden. De oermens wordt echter als alle mensen zwak en kwetsbaar geboren. Anders dan de hedendaagse mens, die het contact met het natuurlijke grotendeels heeft verloren, loodst de natuur hem door het leven. Maar zonder monsters blijft de oermens echter als een kind.
Ook al gidst de natuur hem door het leven, hij zal chaos introduceren in de dynamische orde van de natuur. Deze chaos tracht hij toe te dekken door de natuur bij te staan waar het hem door gebrek aan wijsheid in de steek laat. Hij introduceert daardoor stagnerende orde of dus cultuur. In den beginne zijn er weinig gaten te vullen, maar de gaten scheppen gaten, waardoor de mens steeds verder van de oermens komt te staan en er steeds meer gaten verschijnen. Er moet dus steeds meer cultuur aan te pas komen om het arcadische te herstellen waarin het goede leven zich afspeelt. Deze cultuur is in den beginne natuurlijke cultuur, maar wanneer er zoveel gaten zijn dat er meer cultuur is dan natuur zal de natuurlijke cultuur op een gegeven moment omslaan in een culturele cultuur. Deze overgang wordt gekenmerkt door de geboorte van een god die boven de mens staat; een god waar de mens afhankelijk aan wordt. Dit geeft op zijn beurt dan weer aanleiding tot het vormen van utopische constructies en ontwortelde maatschappijmodellen, die een korte levensduur hebben en eindigen in een dystopie. Tegenover de dystopie kan alleen maar een nog grotere utopie worden geplaatst tot uiteindelijk alles volledig instort.
De wereld komt finaal ten einde als er alleen maar gaten zijn of met andere woorden als de cultuur de natuur volledig heeft weggedrukt. Zover zijn we echter nog niet; maar met de genetische manipulatie, de artificiële intelligentie en de door modellen gestuurde klimaatprogramma’s zouden we wel op de drempel van dat finale tijdperk kunnen zijn beland. De finale cyberpunk dystopie lijkt in de maak. In het hoogste civilisatieniveau worden de maatschappelijke constructies immers artificieel in stand gehouden. Waar de instorting van de maatschappij ons voorheen steeds opnieuw dichter bij de natuur voerde en de cyclus kon hernieuwen, is er op een bepaald civilisatieniveau geen herstel meer mogelijk, waardoor we afstevenen op het einde van de natuur en de monsters het totaal overnemen.
De conformerende culturele systemen, de god die onderdanigheid eist, de utopische constructies en het artificiële; dit zijn een voor een de monsters die de zwakke mens nodig heeft om wakker geschud te worden en zijn zwakheid om te zetten in sterkte en licht. Hoe dichter de mens bij de eindtijd komt hoe meer mensen verleid en afgeleid worden door deze monsters. Een steeds kleinere groep mensen zal in de confrontatie met deze monsters echter ook steeds meer licht kunnen werpen in zichzelf en de wereld. Terwijl de ziel van de zwak blijvende mens er wegkwijnt; wordt de ziel van de sterk wordende mens krachtiger geboren. Al tijdens hun leven verdwijnt de zwakke mens in een firmament van warrige gedachten, angst, frustratie en de waan van de dag. De sterke mens slaagt erin af te dalen in arcadië door het eeuwige te leren leven, het natuurlijke eigen te maken en het geestelijke tot rust te laten komen.
DOOD EN WEDERGEBOORTE VAN DE AARDE
De levende wezens op Aarde zijn van aarde gemaakt. Met de kracht van kneedbaarheid kunnen zij zich voortplanten en kunnen zij zichzelf versterken of zichzelf verzwakken. Hetgeen zij gekneed hebben blijft echter in zijn vorm, het vloeit dus niet terug naar zijn oorspronkelijke staat, waardoor de Aarde bij iedere verwezenlijking verder en verder af komt te staan van zijn oorspronkelijke staat en dus degenereert. Het zichzelf verwezenlijken door verwezenlijkingen te realiseren is echter de enige manier om het zelf te versterken. De degeneratie van de Aarde, waarbij de Aarde van arcadië degenereert naar de dystopie waarin we vandaag reeds leven en haar uiteindelijke dood, is dus een noodzakelijk kwaad. Aan het einde van dat proces wordt de Aarde opgeslokt door de luchtwereld.
De gestorvenen ondergaan hetzelfde lot als de gestorven Aarde. Ze worden opgeslokt door de luchtwereld. Terwijl de gestorvene zijn aards lichaam achterlaat, dat vergaat tot aarde, behoudt hij zijn luchtlichaam dat in hem existeerde als damp, gas en rook. Wat er met dit lichaam gebeurt hangt af van het leven dat hij geleid heeft. Heeft hij van zichzelf een zwakke mens gemaakt dan heeft hij niet de wilskracht geïncorporeerd om zijn luchtlichaam bijeen te houden, waardoor hij uitspreidt tot het luchtledige niveau. Is hij in zijn leven een sterke mens geworden door de natuurlijke waarden te omarmen dan zal zijn luchtlichaam samentrekken tot een waterlichaam. Ook de wereld rondom hem ondergaat hetzelfde lot. In eerste instantie bestaat de luchtwereld uit een luchtversie van de Aarde. Maar afhankelijk van zijn zwakte of sterkte spreidt het meer uit of verdicht het. In den beginnen existeren de zwakke en sterke mensen samen in de luchtwereld, maar naarmate hun zijn en wereld evolueert verdwijnen ze uit elkaars wereld. De zwakke mensen zwellen op naar de bovenste regionen van de luchtwereld waar de lucht het ijlst is. De sterke mensen worden samengetrokken in de waterwereld, diep in de Aarde.
De snelheid waarmee de luchtwereld evolueert naar een waterwereld hangt af van de kracht en de hoeveelheid monsters die de mens heeft moeten bevechten. In de arcadische Aarde zijn er niet veel monsters en zal die evolutie dus lang duren. Er zijn in den beginne echter veel sterke mensen. Naarmate de Aarde degradeert en er steeds meer monsters bijkomen zal die evolutie steeds sneller verlopen. De sterke mensen zullen er steeds sterker worden, maar er zullen ook steeds minder sterke mensen zijn. Aan de vooravond van de ondergang van de Aarde zal de evolutie die oude en jonge sterke mensen teweeg hebben gebracht de waterwereld zodanig geharmoniseerd hebben dat het op de avond van de ondergang transformeren zal in een aardetoestand.
Wanneer de Aarde finaal ten onder gaat zal er een laatste sterkste mens zijn, die instant een nieuwe aardwereld kan scheppen. Hij zal een kleine groep minder sterke mensen naar de nieuwe aardwereld kunnen meenemen. Op dat punt aangekomen, wordt de waterwereld van alle andere sterke mensen ook getransformeerd tot een aardwereld. De derivaat aardwereld dat in zijn potentie bestond als waterwereld wordt dan terug naar zijn oorspronkelijke arcadische staat gebracht, in volledige overeenstemming met de natuurlijk wetmatigheden: de Aarde wordt opnieuw geboren.
In de waterwereld kunnen de mensen geen kinderen krijgen. Wanneer de waterwereld zodanig samentrekt dat het verandert in een aardse toestand kunnen de mensen wederom kinderen krijgen. Zolang hun wereld een waterwereld is blijft het feitelijk onderdeel van de luchtwereld, waarvan het diep in de Aarde de laagste regionen vormt. Wanneer de Aarde vergaat komt er een singulariteit tot stand waarbij alle gelijke waterwerelden tegelijkertijd transformeren tot een aardwereld. Op dat punt in de tijd aangekomen komen de sterke mensen voor een enkel mensenleven terug op de aardwereld te leven, alvorens terug naar de onderste regionen van de luchtwereld te verhuizen. Dit enkele mensenleven kan echter lang aanhouden, want de eerste mensen zijn quasi onsterfelijk. Hun nageslacht is dat echter niet, zij zetten de aardwereld voort, waardoor de wereldcyclus terug opnieuw begint.
Bij elk opnieuw beginnen van de wereldcyclus wordt de Aarde gezuiverd van zijn verleden. Het start immers telkenmale terug in een primordiale natuurtoestand. De oude wereld wordt door de samentrekkende kracht van het water uitgewist. De beschavingen van de oude wereld kunnen daardoor alleen in verhalen doorverteld worden. De primordiale toestand van de nieuwe Aarde is echter niet dezelfde als degene dat de oude wereld heeft gekend. De dynamische natuurlijke wetmatigheden laat de natuur immers evolueren doorheen de tijd, waardoor bij elke cyclus een ander arcadië ontstaat. Bovendien kan de mens de Aarde zodanig bruuskeren dat de natuur de oude Aarde niet meer kan herstellen en er zich dus nieuwe evenwichten zullen ontwikkelen.
YGGDRASIL
Mijn wereldboom bestaat feitelijk uit concentrische cirkels. Daarbij zijn er drie soorten werelden. De levende aardwereld, de luchtige en waterige onderwereld en de ruimtelijke buitenwereld.
- De middelste cirkel is de diepste regio van de onderwereld. De lucht is hier zodanig samengetrokken dat het water is geworden. Hier leven de sterkste mensen. In Yggdrasil zou dit het Zwartelfenrijk zijn. Het is een soort van luilekkerland waar de doden naar lieve lust kunnen leven tot het moment dat hun waterwereld terug transformeert naar een aardwereld.
- De cirkel rond de waterwereld is dat van de aardwereld waar de levenden worden geboren; de Aarde dus. In de dageraad van de aardwereld stond deze wereld bekend als het Lichtelfenrijk. Maar onder invloed van de aldaar geboren mensen veranderd de Aardwereld in het Middenrijk.
- In de cirkel hier rond komen we terug in de onderwereld. Deze regio van de onderwereld staat het dichtst bij de aardwereld. Dit is het Nevelrijk of het Limbo, waar de doden, sterk of zwak, voor het eerst komen te leven na hun sterven.
- De cirkel rond het Nevelrijk heet Hel. Hier wonen de tot spook geworden eerder hedonistische zwakke mensen die de aardwereld niet kunnen loslaten. Van hen proberen velen zich wanhopig terug aan de wereld te hechten tot ze uiteindelijk moeten loslaten. Sommige spoken vinden echter geheimzinnige manieren om zich al dan niet tijdelijk terug aan de aardwereld vast te klampen of er invloed op uit te oefenen.
- Tenslotte is er de buitenste cirkel dat Vuurrijk wordt genoemd; hier verblijven de eerder stoïcijnse geesten, die zich hebben verlost. Deze geesten zullen uiteindelijk in de buitenwereld terechtkomen, waar ze ophouden te bestaan.
- Buiten de wereld van de levenden en de aan de Aarde vastgeklampte onderwereld bevindt zich de buitenwereld. Hier houden de levende wezens van de onderwereld op te bestaan.
Het Asenrijk en Vanenrijk uit het Germaans heidendom zijn in mijn wereldboom geen domeinen op zich; maar de natuurlijke wetmatigheden en natuurwijsheden, die de mens naar waterwereld leidt en de wereld uiteindelijk opnieuw laat geboren worden. Het Jotunrijk representeert de uit balans brengende krachten die de mens zwak houdt en naar de buitenwereld brengt, de monsters dus.